Halfopen land met doorns en rommelige randen. Heggen van meidoorn en sleedoorn, struweel, ruigte, kruidenrijk grasland. En altijd: een uitkijkpost. Paaltjes, prikkeldraad, een kale tak. Laat ook een hoekje met brandnetel en distels staan. Daar barst het van het insectenleven.
Topjager op klein spul. Hij eet grote insecten, kevers, libellen, sprinkhanen, soms muizen en hagedissen. Hij houdt plaaginsecten in toom en is zelf weer prooi voor grotere roofvogels. Zijn specialiteit: prooi “op voorraad” prikken aan doorns. Handig én een teken dat je landschap genoeg te bieden heeft.
Zomer. Meestal van mei tot en met augustus. Daarna weer weg naar Afrika.
Zeldzame broedvogel en kwetsbaar. Hij verdwijnt waar het te strak gemaaid, te schoon opgeschoond en te insectenarm wordt. Maak randen ruig, maai gefaseerd, plant doornstruweel. Geef ’m een jachtterrein met leven.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Grauwe Klauwier dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.