Open, rommelig landschap met zaaddragende planten. Distels, klitten, kaardenbol, zuring, weegbree, paardenbloem: laat ze staan tot in de winter. Op erf en akker: houd een ruige rand en een strook met kruidenrijke dijkjes of akkerranden. In de broedtijd graag wat struikjes of een haag voor dekking.
Zaadeter met smaak voor “onhandige” planten. Ruimt precies die zaadvoorraad op die anders blijft liggen en is zelf weer prooi voor sperwer en andere roofvogels. Zijn aanwezigheid zegt: hier mag het een beetje wilder.
Vooral van oktober tot maart. In sommige jaren in grote groepen, in andere jaren bijna niet: echt een wisselvallige wintergast. Broeden doet hij hier niet.
Zeldzame en onregelmatige wintergast. Kwetsbaar door het verdwijnen van kruidenrijke randen en wintervoedsel.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Frater dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.