Open water met rust en ruimte. Plassen, rivieren, waddenkust, meren. Lage eilandjes, kale zand- en schelpranden om te broeden. Helder water om te jagen. Jij helpt door honden aan de lijn te houden op broedstranden, op het water rustig te varen en rietkragen en natuurlijke oevers te laten staan. In park of tuin: maak een vijver met flauwe oever en laat ’m rommelig, dan komt er leven in het water.
Topjager van kleine vis. Hij duikt op spiering, stekelbaars en jonge haring, pakt ook insecten. Zo laat hij zien of het water van kwaliteit is. Kuikens en eieren zijn voer voor meeuwen en kraaien; volwassen vogels kunnen gepakt worden door slechtvalk. Een kolonie is een kleine stad: veel ogen, veel alarm, veel beweging.
Vooral april tot september. Trekt daarna naar Afrika.
Broedvogel en doortrekker. Aantallen schommelen; broedsucces staat vaak onder druk door verstoring en gebrek aan geschikte broedplekken.
This text is still being developed. Do you feel inspired to contribute to this info? Let us know at [email protected] and send us something that fits what Luistervink stands for: meaningful, cheerful, sharp bird info that is actually useful. With facts that are correct. With stories that stick. With love for everything that flies, chatters and sings!