Rust en rommel. Heggen, houtwallen, kleine bosjes, singels. Het liefst in een kleinschalig landschap met open stukjes ertussen. In tuin en park: laat klimop, meidoorn en liguster gewoon lekker dik worden. Op erf en boerenland: houd struikrijke randen, zet een kniphaag niet strak, en laat ruigtes langs slootkanten staan. Zaaien helpt ook: bloemrijke akkerranden met veel zaaddragers.
De zomertortel leeft van zaden van wilde kruiden en grassen. Denk aan duivenkervel, herik, melde, duizendknoop, klaver. Minder “netheid” = meer eten. En als zij er zijn, klopt de basis van het landschap: genoeg structuur, genoeg zaden, genoeg rust. Nesten zitten laag in dichte struiken; verstoring in broedtijd kost direct jongen. Երբ wanneer in NederlandApril tot september. Trekt naar Afrika om te overwinteren.
Zeldzame broedvogel. Sterk afgenomen en kwetsbaar in Nederland.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Zomertortel dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.