Riet. Veel riet. Slootkanten, plassen, moerassen, rietkragen langs vaarten. Met wat struikgewas erachter voor beschutting. In tuin en park? Alleen kansrijk als je een vijver hebt met een brede, rommelige rietrand. Laat het lekker dichtgroeien.
Insecteneter met haast. Spinnen, muggen, vliegen, libellenlarven, rupsen: weg ermee. Voert zijn jongen op met een eindeloze stroom kleine beestjes. Wordt zelf gegeten door roofvogels en marterachtigen; riet biedt dan net dat beetje dekking.
Zomergast. Komt meestal in april/mei aan, zingt tot in juli, weg vanaf augustus. Overwintert in Afrika.
Algemeen, maar gevoelig voor het verdwijnen van riet en natte, ruige oevers. Help ’m door oevers natuurvriendelijk te beheren: flauwe taluds, ondiep water, riet laten staan. Maai riet in fases (niet alles tegelijk) en liever in de winter. Houd slootkanten kruidenrijk: kattenstaart, watermunt, moerasrolklaver. Minder strak, meer leven.
This text is still being developed. Do you feel inspired to contribute to this info? Let us know at [email protected] and send us something that fits what Luistervink stands for: meaningful, cheerful, sharp bird info that is actually useful. With facts that are correct. With stories that stick. With love for everything that flies, chatters and sings!