Rommel met een reden. Dichte struiken, klimop, hagen, houtstapels en een randje blad onder de heg. Laat een hoekje “net niet netjes” en je hebt roodborst-kans. In park en erf: maak een struikenzoom met meidoorn, sleedoorn, hazelaar en vlier. In landbouwgebied: brede slootranden, struweel langs perceelsranden en een paar ruige hoekjes. En ja: in de winter graag een schaal water die niet dichtvriest.
Eet insecten, larven, wormen en spinnen. In herfst en winter ook bessen en zaden. Ruimt lekker op in de onderlaag van je tuin en houdt het bodemleven in beweging. Wordt zelf gepakt door sperwer en huiskat: dekking is dus overleven.
Het hele jaar. Veel roodborsten broeden hier, ’s winters komen er extra bij uit Noord- en Oost-Europa.
Algemeen. Gaat schommelen, maar doet het nog goed. Help ’m door structuur te maken: laag, dicht, rommelig, groen.
This text is still being developed. Do you feel inspired to contribute to this info? Let us know at [email protected] and send us something that fits what Luistervink stands for: meaningful, cheerful, sharp bird info that is actually useful. With facts that are correct. With stories that stick. With love for everything that flies, chatters and sings!