Rust, rommel en natte bosrand. Elzenbroek, wilgen langs slootjes, oude houtwallen, ruige parkhoekjes. Geef ’m een plek met struiken én wat halfvergane stobben. Hang een nestkast (kleine mezenkast) op een rustige, beschutte plek. Laat dode takken zitten. Ruim het blad niet overal op. In landbouwgebied: houd houtwallen breed, laat sloten met riet en struiken staan, en maai bermen gefaseerd.
Pakt insecten, larven en spinnen uit schors en twijgen. In herfst en winter ook zaden. Hij slaat voedsel weg in spleten: kleine voorraadbeheerder van het bos. Zelf is hij prooi voor sperwer en bosuil. Zonder dicht struweel is hij snel weg.
Jaarrond. Standvogel, dus als je ’m kwijt bent, is je buurt veranderd.
Achteruit. Minder nat bos, minder oud struweel, minder kans. En toch: met meer ruigte en houtwallen kan hij terugkomen.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Matkop dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.