Dichte moerasrand. Riet, zegge, lisdodde, natte ruigte. Slootkanten met flauwe oevers en rommelige hoekjes waar niemand elke week doorheen jaagt. In tuin of park: vijver met rietkraag en een strook die je gewoon laat gaan. Op erf en in landbouwgebied: natte greppels, kruidenrijke perceelranden en winterse waterstand die niet meteen strak wordt weggetrokken.
Eet insecten, larven, slakjes, wormen en kleine waterbeestjes. Daarmee ruimt hij op in de modderzone en laat hij zien dat je natte natuur nog werkt. Wordt zelf gegeten door roofvogels en zoogdieren; een handige schakel in het moerasmenu.
Broedvogel en standvogel. Het hele jaar te vinden, maar meestal hoor je ’m eerder dan je ’m ziet. In voorjaar en vroege zomer het actiefst.
Zeldzaam en verborgen. Lokaal aanwezig waar rietland en natte ruigte de ruimte krijgen.
This text is still being developed. Do you feel inspired to contribute to this info? Let us know at [email protected] and send us something that fits what Luistervink stands for: meaningful, cheerful, sharp bird info that is actually useful. With facts that are correct. With stories that stick. With love for everything that flies, chatters and sings!
OH NEEEEE, hoe klinkt de Waterral dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]